Reactie BPP op brief minister Koolmees

05-02-2019

Reactie op brief Koolmees van 1 februari over vernieuwing pensioenstelsel

Inleiding

Met de NVOG en KNVG is de BPP uiterst teleurgesteld over het feit dat de brief van Minister Koolmees geen directe voortgang in het onderhandelingsproces en de besluitvorming biedt. Dat komt naar ons oordeel meer door de toonzetting van de brief en de soms verrassende maar ook teleurstellende details dan door de intenties die kennelijk niet door iedereen worden ervaren. Wat dat betreft waren de uitlatingen in Buitenhof van afgelopen zondag wat ons betreft helderder en worden die jammer genoeg minder duidelijk in de brief aan de Tweede Kamer.

Voor de BPP blijft voorop staan dat alleen in overleg tussen alle partijen tot voldoende draagvlak kan worden gekomen voor te nemen maatregelen en dat dus de gesprekken zo snel mogelijk weer op gang moeten komen. Herstel van indexatiemogelijkheden en voorkomen van kortingen zijn daarbij weliswaar de voornaamste punten, maar voor een toekomstbestendig pensioenstelsel is meer nodig dan alleen dat.

Positief

Positief is ons oordeel wanneer wij kijken naar de procedurele kant van de brief en zeker de toelichting daarop door Koolmees in Buitenhof. De minister stelt immers in overleg te willen blijven met sociale partners, pensioenuitvoerders en voor het eerst ook in alle duidelijkheid met ouderen en jongerenorganisaties.

Positief is ook dat de minister de urgentie onderkent van voorbereidende werkzaamheden om tijdig tot wetgeving te kunnen komen en het lijkt erop dat hij daarbij het accent legt op onderdelen waarover in hoofdlijnen wel overeenstemming bestond voordat de onderhandelingen inmiddels alweer enige tijd terug werden afgebroken. De in te stellen werkgroepen gaan met name vooruitlopend op de nodige onderhandelingen proberen tot conclusies te komen over punten waarover in het gestrande overleg nog onduidelijkheid bestond. En bij de werkzaamheden van die werkgroepen kunnen alle belanghebbende partijen betrokken worden. Zo hoeft er geen tijd verloren te gaan als in de komende maanden alsnog onderhandeld gaat worden en op basis daarvan overeenstemming tussen partijen kan worden bereikt.

Negatief

Negatief zijn wij over een aantal van de concrete uitgangspunten die de minister formuleert als basis voor de door hem beoogde wijzigingen in het stelsel. Hij lijkt zelfs op onderdelen terug te komen op oude standpunten die in de fase van het bijna bereikte akkoord leken te zijn beslecht. In dit stadium noemen wij zijn opnieuw flirten met de mogelijkheden van de persoonlijke pensioenpotjes en het als basis hanteren van de lifecycle benadering voor het beleggingsbeleid waarbij de rendementen tijdens de opbouwfase en de uitkeringsfase gaan differentiëren.

Tenminste onverstandig lijkt het ons dat op de punten waar onlangs de onderhandelingen zijn gestruikeld geen of in ieder geval te weinig openingen worden geboden die de basis zouden moeten vormen voor heropening van het overleg. Dat geldt zowel voor het punt van de AOW-leeftijd, als voor de positie van de ZZP problematiek en voor de financiering van de overgangsregeling bij afschaffing van de doorsnee opbouw. Misschien wel begrijpelijk vanuit de positie van onderhandelende partij, maar onbegrijpelijk vanuit het oogpunt dat iemand een eerste stap moet maken om weer in serieus gesprek te komen.

Oproep tot gezond verstand

De BPP is al met al weinig gelukkig met de inhoud van de brief. Zelfs wanneer wij bij de beoordeling betrekken, dat in een fase die voorafgaat aan noodzakelijke onderhandelingen, nou eenmaal niet het achterste van de tong kan worden getoond, is de toonzetting tenminste weinig gelukkig. Belangrijk is overigens wel dat de minister in zijn inmiddels gegeven toelichtingen laat blijken het bijna-akkoord van enige tijd terug nog steeds als uitgangspunt voor de komende onderhandelingen te zien.

Daarom zijn wij minder gelukkig met de wel erg militante toon die in eerste aanleg door de bonden en een aantal oppositiepartijen wordt gekozen. Acties die worden aangekondigd zijn in onze ogen weinig rationeel en dragen net zomin als de te robuuste toon van de minister bij aan een oplossing die er hoe dan ook moet komen. Natuurlijk, ook de BPP en onze achterban zijn erg ontevreden en hebben de behoefte die onvrede ook te uiten. Maar daarnaast blijft voor ons de overtuiging dat alleen onderhandelingen en herstel van een vertrouwensrelatie tot oplossingen kunnen leiden.

De minister is er naar men steeds zegt van overtuigd dat wijzigingen uiteindelijk gedragen moeten worden door sociale partners, deelnemers en gepensioneerden, dus door jong en oud. Dat geeft sociale partners weliswaar een zekere machtspositie maar daar moet realistisch mee worden omgegaan. In dat kader is het verstandig van de minister dat hij nadrukkelijk aangeeft met alle partijen, waaronder ook de ouderenorganisaties in gesprek te willen blijven.

Conclusie

Er zal nog heel wat (smelt)water door de Rijn stromen alvorens tot een oplossing zal worden gekomen. Medewerking aan de door de minister in te stellen werkgroepen van alle belanghebbende organisaties is wenselijk zodat ruim voor het einde van 2019 een akkoord kan worden bereikt. Het is duidelijk dat verder uitstel van de besluitvorming voor alle partijen ongewenst is en dat wat dat betreft het einde van het geduld in zicht is voor iedereen. Gezond verstand en een open mind mag daarom van iedereen worden geëist. De BPP zal zich daarom positief blijven opstellen om dit te bereiken.

Ga terug