Logo PFZW belangenvereniging

Wat u altijd al wilde weten

05-11-2020

Wij beantwoorden graag veel voorkomende vragen van leden op onze website. Bijvoorbeeld deze: waarom stellen pensioenfondsen zich niet harder op?

Waarom is de wijziging van ons huidige pensioenstelsel noodzakelijk?

De afgelopen jaren hebben wij in al onze publicaties stil gestaan bij de noodzaak om tot wijziging van het huidige stelsel te komen. Wij zetten de belangrijkste zaken nog eens voor u op een rijtje.

1. Doordat we de verplichtingen moeten berekenen op basis van de rente voor staatsobligaties, terwijl de feitelijke rendementen van de pensioenfondsen door een gedegen beleggingsbeleid gelukkig aanzienlijk hoger liggen, moeten de pensioenfondsen zich onnodig arm rekenen. Daar komt bij dat de premies wel berekend mogen worden op basis van een verwacht prudent rendement, waardoor het te berekenen tekort in de pensioenfondsen nog groter wordt.

2. Door veranderingen op de arbeidsmarkt zijn er van diverse andere kanten voorstellen gedaan om tot wijziging van de pensioenregelingen te komen die eveneens door wetgeving mogelijk moeten worden.

3. De complexe situatie die door veranderingen in de Algemene Nabestaandenwet (ANW) is ontstaan, heeft er toe geleid dat ook in de aanvullende pensioenen geheel verschillende regelingen tot stand zijn gekomen. Die kunnen in verband met baanwisseling of werkloosheid tot grote en vaak niet bekende gevolgen voor de nabestaanden leiden. Daarom is de opvatting breed gedragen dat ook daarin wijziging moet komen.

4. Wij bevinden ons in een lastige positie, omdat de voorliggende plannen nog niet duidelijk zijn en onvoldoende recht blijken te doen aan de terechte eisen van de ouderen. Anderzijds geeft vasthouden aan het bestaande nog slechtere uitkomsten voor de komende jaren dan de nieuwe plannen.

De vragen die dit bij de achterban oproept zijn begrijpelijk. De materie op zich is al complex, maar de verschillende opvattingen van partijen die daarbij een rol spelen maakt het nog ondoorzichtiger. Dat leidt er toe dat we nu al jaren praten over oplossingen, maar nog steeds niet tot definitieve besluiten zijn gekomen.

Waarom worden zoveel van bovenstaande zaken aan elkaar gekoppeld?

Dat lijkt op zich onlogisch, maar zeker de overheid en sociale partners alsmede DNB als toezichthouder hebben nu eenmaal zaken die zij gekoppeld wensen te zien. De gepensioneerden hebben er vooral belang bij dat de indexatie die door de huidige regelgeving praktisch onmogelijk is, weer mogelijk wordt. De sociale partners hebben dit terecht gekoppeld aan hun wensen om ook de te snelle stijging van de AOW-leeftijd af te remmen. En de overheid en DNB hebben steeds voorop gesteld dat een andere wijze van de berekening van de verplichtingen alleen bespreekbaar is in een stelsel dat minder harde toezeggingen doet. Dat betekent dat je zowel eerder kunt indexeren als kunt korten.

Nader onderzoek heeft aangetoond, wat wij al lang vermoedden, dat de huidige regelgeving in periodes van rentedaling (en die is al jarenlang aan de orde) extreem nadelig uitwerkt voor de ouderen. Waaronder dus in het bijzonder de gepensioneerden. Dat vergt goede overgangsregelingen die de fouten uit het recente verleden tenminste gedeeltelijk herstellen.

Alleen een totaaloplossing die voor alle groepen evenwichtig uitwerkt, heeft daarmee kans van slagen. En naar die totaaloplossing wordt dus toegewerkt. Die is nu nog niet klaar, maar naar onze opvatting zijn we wel op de goede weg en is overeenstemming nog steeds mogelijk.

Waarom stellen pensioenfondsen zich niet harder op?

Deze vraag horen wij vaak. De bijbehorende opvatting luidt dat pensioenfondsen gewoon zouden moeten weigeren om de nu voorgeschreven regelgeving die tot een dekkingstekort leidt uit te voeren, want er is immers geld genoeg in kas.

Wij vinden dat een dergelijke houding van de pensioenfondsbesturen niet mag worden verwacht, want zij zouden daarmee in strijd handelen met wet- en regelgeving waaraan zij nu eenmaal gebonden zijn. En het niet nakomen daarvan zou rechtstreeks tot ingrijpen van DNB leiden. Die is daartoe bevoegd en dat zou aan de feitelijke situatie niets veranderen.

Wij hebben veel waardering voor de wijze waarop de pensioenfondsen zich mede inzetten om tot veranderingen te komen. Al vele jaren wijzen zij op de ongewenste regelgeving die leidt tot theoretische tekorten, omdat onvoldoende rekening mag worden gehouden met de feitelijke beleggingsopbrengsten. Met ons hebben pensioenfondsen echter moeten vaststellen dat noch in de politiek noch bij de toezichthouder de bereidheid is daar verandering in te brengen.

Wel zijn zij blijven wijzen op de noodzaak om te veranderen. Achter de schermen hebben zij zich heel ondersteunend opgesteld naar de onderhandelende partijen om voorstellen te bedenken, berekeningen te maken ten behoeve van het overleg en door aan te dringen op spoed. Tussen de opstelling van de meeste pensioenfondsen en de BPP zit dan ook weinig verschil. Al dringen wij er soms op aan ook in de publiciteit de waanzin van de huidige rekenregels nog meer aan de orde te stellen.

Waarom is de overheid betrokken?

Pensioenen bestaan in Nederland uit drie op elkaar aansluitende regelingen. Alle drie zijn gebaseerd op wettelijk vastgelegde uitgangspunten. De twee belangrijkste zijn de AOW die geheel tot de verantwoordelijkheid van de overheid behoort; de tweede daarop aansluitende regeling is die van de aanvullende pensioenen.

De aanvullende pensioenen zijn primair een zaak van sociale partners waar het de opbouw van die pensioenen betreft en van de pensioenfondsen voor wat betreft de uitkeringsfase en de uitvoering van de regeling.

Toch heeft ook hier de overheid een belangrijke taak.

1. Op de eerste plaats omdat zij deze regelingen mede mogelijk maakt door over dat deel van het loon nu geen belastingen en premies te heffen, maar dat pas te doen als de pensioenen tot uitkering komen.

2. Op de tweede plaats omdat de pensioenregelingen op bedrijfstakniveau alleen goed kunnen functioneren, wanneer de mogelijkheid van verplichte toepassing van die pensioenregeling voor bepaalde sectoren blijft bestaan. Dit kan alleen wettelijk verankerd kan worden.

3. En op de derde plaats omdat de overheid de regels rondom het toezicht op de fondsen moet bepalen, gelet op bovenstaande punten en ter borging van de belangen van alle deelnemers

Wat houdt de positie van DNB precies in?

De Nederlandsche Bank heeft het primaire toezicht op de pensioenfondsen. Daarnaast heeft ook de Autoriteit Financiële markten (AFM) een toezichtstaak die is toegespitst op de communicatie.

Die toezichttaken zijn op zich een goede zaak, maar toch is de positie van DNB daarbij niet onbesproken. Dat komt door de dubbele rol die DNB richting de overheid heeft. DNB is immers ook de onafhankelijk adviseur van het kabinet op het terrein van de financiële en macro-economische stabiliteit. DNB heeft niet alleen een rechtstreekse functie richting het kabinet, maar zit ook als Kroonlid in de Sociaal-Economische Raad (SER, de belangrijkste adviesraad van de regering en het parlement). Die dubbelrol van DNB is in onze ogen ongewenst. De verantwoordelijkheid voor wetgeving dient bij de politiek te liggen, voor wat betreft de manier waarop pensioenfondsen hun verplichtingen moeten berekenen.

Meer weten?

Meer uitleg bij vragen die leden vaak stellen, vindt u in onze rubriek Veelgestelde vragen.

Ga terug