Logo PFZW belangenvereniging

Voorzichtig positief én kritisch

07-11-2020

Als BPP staan wij in principe positief ten opzichte van de plannen voor het nieuwe pensioenstelsel. Maar dan wensen wij als ouderenorganisaties ook direct betrokken te worden bij de oplossing van een aantal knelpunten. Dit standpunt hebben wij via de Koepel Gepensioneerden aan alle partijen laten weten.

We hebben zelfs begrip getoond voor het gegeven dat het nog tot 2026 duurt alvorens eerst de wetgeving en daarna de uitwerking per fonds en de invoering in de administratieve systemen rond kan zijn.

We hebben echter geen begrip voor het uitgangspunt van het kabinet dat gedurende die overgangsperiode het oude beleid nog onverkort wordt voortgezet. Ook begrijpen wij niet dat nog steeds niet duidelijk is hoe en tegen welke condities de oude rechten worden omgezet naar het nieuwe stelsel. De hoofdlijnen van ons standpunt hierover kunt u lezen in onze publicatie Tot zover maar niet verder( ReadSpeaker Lees PDF voor) .

Gelukkig heeft minister Koolmees op basis van deze geluiden inmiddels enige openingen geboden om hierover verder te praten, zo blijkt uit zijn brief van 28 september. Al ontbreken concrete toezeggingen. De bereidheid om met onder meer de gepensioneerdenorganisaties constructief te overleggen, is ver te zoeken. Met veel druk hopen wij dat de komende periode alsnog voor elkaar te krijgen.

Achtergrond van onze stellingname

De BPP heeft zich al meer dan twaalf jaar uitgesproken tegen de regelgeving rond ons huidige pensioensysteem. Met name de invulling van het financieel toetsingskader (FTK) wringt. Op basis hiervan houdt De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht op de pensioenfondsen. Aanvankelijk is samen met pensioenfondsen geprobeerd daar verandering in te krijgen, maar dit is steeds gestuit op weerstand vanuit zowel DNB als de politiek.

Er is toen eerst geprobeerd minder zekerheid in het systeem te formuleren. Enerzijds omdat het FTK daarop is gebaseerd, anderzijds omdat die theoretische zekerheid toch niet waargemaakt kon worden in de praktijk, mede vanwege die strenge regelgeving. Het 'reële contract' dat toen acht jaar geleden is bedacht, werd echter door de vakbonden weggezet als een ‘casinopensioen’. Het gevolg was dat de meeste fondsen nu nog steeds niet kunnen indexeren, alhoewel er wel veel geld in de fondsen zit. Menigeen die zich, in tegenstelling tot de BPP, indertijd verzette tegen dit reële contract heeft daar nu spijt van.

Eindelijk ligt nu, na nog een aantal tussenstappen, een nieuw voorstel op tafel. Veel details die voor ons van belang zijn, moeten nog worden ingevuld. Mits goed uitgewerkt zal dit voorstel een duidelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie betekenen. Niet langer zal de rente van staatsobligaties het uitgangspunt vormen om de verplichtingen uit te rekenen. Ook onnodige bufferopbouw alvorens mag worden geïndexeerd is niet langer nodig. Zowel voor de berekening van de premie als voor de verplichtingen geldt dezelfde maatstaf, maar men kan bij economische tegenslag ook sneller korten als dat nodig is.

Ga terug