Logo PFZW belangenvereniging

Hoe verder met het pensioendebat


Eerder publiceerden wij over onze teleurstelling ter zake van de kwaliteit van het pensioendebat van dinsdag 14 juli jl. in de Tweede Kamer. Een eerste en misschien qua toonzetting wat emotionele reactie, toch blijft ook na verdere analyse van het besprokene en de uitkomsten van het debat de teleurstelling overheersen.

Gelukkig staan we daarin niet alleen want ook in de analyses van de meeste kranten en tijdschriften is de conclusie dat minister Koolmees niet veel adequate antwoorden had op de meest prangende vragen ter zake van de overgangsperiode, de transitie en de juridische vragen rondom het invaren.

Natuurlijk was hij erg tevreden met de toch wel brede steun voor de hoofdlijnen van het nieuwe stelsel, maar alle kritische vragen over zaken die nog onduidelijk zijn ging hij voortdurend uit de weg en de meeste partijen berustten er in dat de discussie daarover dus de komende maanden nog verder gaat.

Op voorstel van Pieter Omtzigt (CDA) zullen er in september hoorzittingen komen waarbij alle nog openstaande zaken en niet beantwoorde vragen (er waren er vooraf maar liefst 211 gesteld) aan de orde zullen komen. Een van de deskundigen die zeker zal worden uitgenodigd, zo bleek tijdens het debat, is Jan Tamerus die voorstellen had gepubliceerd voor een rechtvaardige transitie. Wij publiceerden daarover eerder en als u zijn artikel nog eens wilt nalezen dan treft u dat hier
ReadSpeakerLees PDF voor
aan.

Onze teleurstelling ten aanzien van de uitkomsten van het debat betreffen vooral de volgende zaken:

1. De onduidelijkheid over het te voeren beleid in de overgangsfase en de ruimte die pensioenfondsen daarbij krijgen om alvast te rekenen op de wijze zoals die in de toekomst mogelijk zal worden, blijft voortbestaan. De onzekerheid daarover bij onze achterban is fnuikend, onnodig en dus niet aanvaardbaar.

2. De wijze waarop de bestaande aanspraken in het huidige stelsel zullen worden omgezet naar een persoonlijk aandeel in het totale vermogen is niet alleen nog onduidelijk, maar de minister volhardde tijdens het debat in zijn tot nu toe gekozen benadering dat alles moet gebeuren op basis van de huidige financiële regelgeving. Onbegrijpelijk, nu de motivering voor de overgang naar een nieuw stelsel juist gelegen is in de impliciete erkenning dat de stapeling van zekerheden die daardoor is ontstaan vooral ten nadele van ouderen heeft gewerkt en in een veel te grote verschuiving van de vermogens van oud naar jong heeft geresulteerd.

3. Alhoewel minister Koolmees bij meerdere gelegenheden zijn waardering heeft uitgesproken voor de constructieve opstelling van de gepensioneerden organisaties ging hij nu tijdens het debat niet in op concrete voorstellen van zowel 50PLUS als het CDA om aan onze organisaties ook een volwaardige rol toe te kennen tijdens het vervolgoverleg.

Alle drie hierboven genoemde punten moeten in de komende maanden tot een bevredigende uitkomst leiden, willen wij onze steun aan het pensioenakkoord in zijn geheel blijvend gestand kunnen doen. Sterker, mocht de komende tijd hierover geen bevredigende uitkomst worden bereikt dan rest ons niets anders dan de weg naar de rechter om de belangen van de gepensioneerden dan langs die weg te borgen. Wij wijzen hierbij nogmaals op de publicatie van pensioenjurist Robin van der Ham
ReadSpeakerLees PDF voor
(Loyens en Loeff) die wij eerder publiceerden.

Dat alle moties om indexatie eerder mogelijk te maken en kortingen te voorkomen het niet haalden is, gelet op ook de kritische vragen hierover van de regeringspartijen, onbevredigend en maakt helaas aan de onzekerheid voor onze achterban nog steeds geen einde. De aankondiging dat velen daarover de komende maanden verder willen discussiëren geeft weliswaar nog enige hoop op een bevredigende uitkomst. Maar de duidelijke uitspraak van Corrie van Brenk (50PLUS) dat invaren tegen de huidige rekenrente feitelijk neerkomt op een permanente onteigening van de ouderen had toch breder erkenning moeten krijgen en ook nu al tot consequenties moeten leiden.

Onze conclusies voor het door ons te voeren beleid in de komende tijd zijn als volgt samen te vatten.

1. Ondanks de nog openstaande punten zoals hierboven weergegeven moet de conclusie blijven dat de meest slechte uitkomst van het pensioenoverleg nog steeds is dat wij blijven hangen in het huidige systeem. Geen indexatie gedurende een langere tijd is dan bijna zeker en mogelijk zijn zelfs kortingen dan niet te vermijden.

2. Al onze acties moeten nu gericht zijn op de zaken die samenhangen met de overgangsperiode en de juiste wijze van invaren.

3. Wij zullen moeten nagaan welke juridische en andere mogelijkheden wij hebben om in een situatie dat invaren en een aangepast beleid tijdens de overgangsfase niet worden bereikt, dit alsnog af te dwingen.

4. Deze punten zullen wij inbrengen binnen de pensioencommissie van de Koepel Gepensioneerden waarbij ook andere meer detailpunten dan nu genoemd aandacht zullen krijgen.

5. Wij zullen bij de Koepel Gepensioneerden aandringen op een sterke lobby activiteit die nu moet worden vormgegeven en tevens moet bijdragen aan een vergroting van de kennis bij alle Kamerleden om herhaling van het te oppervlakkige debat van afgelopen dagen te voorkomen.

6. Ook moeten we daarbij inzetten op, zo mogelijk, een gezamenlijke opstelling met de sociale partners die immers voor hun achterbannen voor een deel met dezelfde afwegingen te maken zullen hebben.