Transitie bestaande rechten naar nieuw stelsel

Wanneer er een aanvaardbaar resultaat wordt bereikt, is de BPP er voorstander van dat de reeds opgebouwde rechten in het oude stelsel worden omgezet naar de nieuwe regeling. Daarmee wordt voorkomen dat er een groot aantal gesloten fondsen komt die naast de nieuwe regeling blijven bestaan. Dat is alleen al daarom gewenst, omdat anders voor de reeds opgebouwde aanspraken de indexatiekansen ook voor de komende jaren  vrijwel zullen ontbreken.

Dat betekent wel dat oor een evenwichtige overgang bij die omzetting een rechtvaardige basis wordt gevonden. De BPP is vooralsnog van mening dat de te hanteren rekenrente in het nieuwe stelsel ook bij de omzetting van de bestaande verplichtingen moet worden gehanteerd. Het bezwaar dat met name door de politiek daartegen wel wordt geuit, te weten dat dit een verschuiving van rechten van jong naar oud zou betekenen, is in onze ogen niet opportuun. Immers in het huidige systeem is dat op ieder moment bij verandering van de rente al het geval en de geweldige verschuiving van het vermogen van oud naar jong uit de achterliggende tien jaren wordt slechts ten dele daarmee ongedaan gemaakt.

Als daarover overeenstemming is bereikt, dan is er in ieder geval een goede basis om van een evenwichtig akkoord te spreken. Maar er is nog een element dat waarschijnlijk bij de overgang naar een nieuw moet worden geregeld. Daarover meer bij het hoofdstuk Arbeidsmarkt en doorsneepremie.