Pensioen en arbeidsmarkt

Veel van de huidige pensioenregelingen en het stelsel waarop ze zijn gebaseerd stammen uit de tijd dat grote groepen deelnemers hun hele actieve loopbaan bij een en dezelfde werkgever of in dezelfde bedrijfstak door brachten. Solidariteit van jong naar oud en omgekeerd waren daarbij over de looptijd van de gehele loopbaan redelijk in evenwicht, zeker na de invoering van middelloonregelingen en het verdwijnen van de eindloonregelingen.

In de huidige arbeidsmarkt, waar veel jongeren, maar in toenemende mate ook ouderen, beginnen met flexwerk, regelmatig van onderneming of zelfs bedrijfstak wisselen en periodes waarin men werknemer of zelfstandig ondernemer is elkaar afwisselen, is van dat evenwicht in onze huidige arrangementen lang niet altijd op individueel niveau sprake. Dat is de voornaamste reden waarom de doorsneesystematiek, of beter gezegd de tijdsevenredige opbouw van het pensioen ter discussie staat.

Nog een factor die daarbij een rol speelt is het steeds groter wordende aandeel van defined contribution (DC) regelingen bij ondernemingen en bedrijfstaken. Deze beschikbare premieregelingen kennen een maximale premie per leeftijdscategorie. Een premiestaffel die eveneens gebaseerd is op de fiscale regelgeving die de tijdsevenredige opbouw voor dit type regelingen voorschrijft.

Omdat deze regelingen, in ieder geval tijdens de opbouwfase, gebaseerd zijn op het individu en solidariteitselementen ontbreken, geeft dat voor betrokken deelnemers extra risico. In de beginfase wordt risicovol belegd en in de latere leeftijd meer voorzichtig, waardoor de rendementen over het geheel van de looptijd relatief laag uitkomen. Met als gevolg een lagere pensioenuitkering in de uitkeringsfase. Juist voor deze werknemers en zelfstandigen die een regeling hebben in deze vorm is het dus van extra belang dat de doorsneeopbouw verdwijnt.

Ook de positie op de arbeidsmarkt voor met name de oudere deelnemers in een dergelijke regeling zou worden versterkt door de voorgestelde systeemwijziging. Immers de pensioenpremie voor ouderen in een dergelijke regeling is nu veel hoger dan voor een jongere met alle risico's van dien.

Tenslotte speelt bij de pensioendiscussie ook de positie van de ZZP-ers een belangrijke rol. Voor een deel gaat het daarbij om schijn zelfstandigen die door een zwakke positie op de arbeidsmarkt gedwongen worden tegen te lage beloningen als zelfstandige te opereren. Zij kunnen daardoor een eigen pensioenopbouw niet financieren, terwijl werkgevers er uit een oogpunt van kostenbesparing belang bij hebben die groep steeds groter te maken. Bovendien holt deze ontwikkeling het bestaande pensioensysteem uit. Op termijn ontstaat daarmee ook een grote groep die na hun actieve periode over onvoldoende inkomen beschikken en dus een beroep zullen gaan doen op maatschappelijke voorzieningen.