Logo PFZW belangenvereniging

Arbeidsmarkt en doorsneepremie

In de tweede helft van de vorige eeuw is op grote schaal het huidige pensioenstelsel ingevoerd. Uitgangspunt daarbij was vaak dat mensen gedurende hun gehele loopbaan veelal binnen een onderneming of bedrijfstak doorbrachten. Bovendien wenste men een aantal maatregelen om ouderen, die tot dat moment geen of nagenoeg geen pensioen hadden opgebouwd versneld aan enige opbouw te helpen.

Door af te spreken dat ieder deelnemer (jong en oud) dezelfde premie betaalde, maar bovendien jaarlijks ook dezelfde extra opbouw kreeg werd dit bereikt. Actuarieel gezien betaalden jongeren daarmee te veel premie ten opzichte van de opbouw die men jaarlijks kreeg en ouderen precies anders om. Zij  kregen een relatief hoge opbouw ten opzichte van de voor hen geldende premie.

Doordat echter de arbeidsmarkt steeds meer flexibel werd en een verblijf van 40 jaren in een en dezelfde pensioenregeling eerder uitzondering dan regel werd, kwam dit systeem dat in de regel wordt aangeduid als de doorsneesystematiek echter onder druk te staan. Dit werd bovendien nog versterkt doordat in toenemende mate er individuele pensioenregelingen kwamen waarbij de premie en daarmee de opbouw wel degelijk leeftijdsafhankelijk werden.

Het is dan ook op zich begrijpelijk dat met name de overheid dit systeem wil aanpassen en toe wil naar een systeem waarbij weliswaar voor iedereen een gelijke premie moet worden betaald binnen de afgesproken regeling, maar de opbouw van daarmee corresponderende nieuwe opbouw dus feitelijk leeftijdsafhankelijk wordt. Een Euro die immers door een 20-jarige wordt ingelegd rendeert langer dan diezelfde Euro die voor en 60-jarige wordt betaald.

De hamvraag doet zich echter voor wie de daarmee samenhangende overgangskosten zal moeten betalen. En die overgangskosten zijn niet gering. Reeds gepensioneerden hebben zowel jaren gekend waarbij ze in het huidige systeem teveel als ook te weinig hebben betaald.Dat betekent dat zij principieel niet zouden hoeven bij te dragen aan de financiering van de overgangskosten.