header afbeelding

Vragen pensioenakkoord

Basis pensioenakkoord

Vragen pensioenakkoord

Wat vindt de BPP van de wetsvoorstellen?


Onderdeel van de wetsontwerpen is een aangepast beleid dat de pensioenfondsen kunnen toepassen gedurende de overgangstermijn tot 2026. Dit onderdeel van het wetsontwerp is voor ons niet aanvaardbaar en moet goedschiks (via overleg) of kwaadschiks (via acties en/of de rechter) worden verbeterd.  

De structurele voorstellen voor het nieuwe stelsel lijken in hoofdlijnen aanvaardbaar, mist de feitelijke transitie van oud naar nieuw op een meer aanvaardbare wijze dan thans wordt voorgesteld kan worden geregeld. En natuurlijk onder het voorbehoud dat de invulling in detail door de pensioenfondsen evenwichtig zal blijken te zijn.

Wat betekent afschaffen doorsneepremie?


Een van de onderdelen van het wetsontwerp houdt in dat de doorsnee premie die nu is voorgeschreven straks verboden is. Nu betalen jongeren eigenlijk teveel en ouderen te weinig premie, maar over de gehele opbouwperiode maakt dat niets uit. Bij afschaffing van die systematiek betekent dit dat feitelijk voor iedereen tussen de 45 - 65 jaar een pensioentekort zou ontstaan. Zij hebben immers wel in de periode dat zij jong waren te veel premie betaald, maar krijgen dat dan in de toekomst niet meer gecompenseerd. Dat tekort moet in de komende jaren dus worden gefinancierd zo is in het pensioenakkoord afgesproken. Wie dat gaat betalen is punt van invulling door sociale partners en pensioenfondsbestuur. Het zou onredelijk zijn volgens de BPP als dit ook door de reeds gepensioneerden mede moet worden betaald. Zij hebben immers over de hele periode van opbouw de juiste premie betaald. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van de afspraken zal dit dan ook een belangrijk punt zijn.

Waarom moet de overgangstermijn zo lang duren?

Voor het wetgevingstraject is 1,5 jaar voorzien, hetgeen gelet op de complexiteit bepaald niet veel is.
Dan hebben sociale partners en pensioenfondsen gezamenlijk zeker een jaar nodig om concrete afspraken te maken over zowel de inhoud van de regeling als de condities op basis waarvan de aanspraken uit het verleden worden omgezet naar een persoonlijk aandeel in het pensioenvermogen.
Pas daarna, nadat ook de toezichthouder akkoord zal zijn gegaan, moet het geheel in de ICT systemen van de pensioenuitvoerders worden verwerkt.

De vraag of sectoren die sneller kunnen wellicht eerder dan in 2026 kunnen overstappen op het nieuwe stelsel moet nog beantwoord worden. Wij dringen wel op bespoediging aan, maar met behoud van zorgvuldigheid die nu eenmaal vereist is.

Wat regelt de wet en wat bepaalt het pensioenfonds?

Landelijk in de wetgeving zullen vooral de kaders worden geformuleerd, waarbinnen tot invulling per fonds moet worden gekomen. Per fonds zal vervolgens een transitieplan worden opgesteld, waarbij duidelijkheid gaat komen op welke concrete wijze de omzetting van de bestaande pensioenaanspraken naar een persoonlijk aandeel plaatsvindt.  Het standpunt van BPP daarover is, dat tenminste de bestaande aanspraken gelijk blijven. Dit moet per fonds worden geregeld, omdat de dekkingsgraad en de leeftijdssamenstelling van het fonds en de omvang van een indexatie-achterstand verschillend zijn. In dat plan zal ook, eveneens binnen de kaders van de wetgeving, worden bepaald welke mogelijkheden er zijn om gedurende de overgangsfase snellere en ruimere indexatie mogelijk te maken.

Aandachtspunt bij dit alles is, dat tijdens het hele proces ook de gepensioneerdenorganisaties op een volwaardige wijze bij dit overleg worden betrokken. Een eis van onze kant, die op dit moment nog niet is ingewilligd.

Hoe is de BPP betrokken bij dit debat?

De BPP is de belangenvereniging van gepensioneerden van pensioenfonds Zorg en Welzijn.

In de Pensioenraad (het verantwoordingsorgaan) volgen en beïnvloeden wij het beleid van het bestuur van dit fonds.

Daarnaast is de BPP aangesloten bij de Koepel van Gepensioneerden en neemt actief deel aan de werkzaamheden van de verschillende commissies, waaronder de pensioencommissie.

De Koepel Gepensioneerden is betrokken bij het overleg met het ministerie over zaken als Pensioen, Zorg en Wonen en daarmee ook actief betrokken bij de discussies over het toekomstige pensioenstelsel.

Een toekomstbestendig stelsel moet recht doen aan de belangen van alle generaties. Alleen op die wijze zal er ook op langere termijn voldoende draagvlak voor blijken te zijn. Natuurlijk hebben wij bij de onderhandelingen voortdurend aandacht voor de specifieke belangen van de ouderen en zal ons eindoordeel zeker afhangen van het herstel van de indexatiecapaciteit van de fondsen door meer realistische rekenregels.

Wij prijzen ons gelukkig met de heel actieve opstelling van de Koepel Gepensioneerden en de ondersteunende activiteiten die het bestuur van PFZW levert om bij te dragen aan de totstandkoming van een pensioenakkoord. 

Is handhaving van het huidige stelsel mogelijk?

Handhaving van het huidige stelsel is in ieder geval niet wenselijk.

Redenen daarvoor zijn zowel de inschatting dat ook in de komende jaren indexatie dan nagenoeg onmogelijk zal zijn,
de premie onaanvaardbaar hoog zou worden en
geen recht wordt gedaan aan de situatie op de sterk veranderde arbeidsmarkt.

Niet allemaal zaken die ons als gepensioneerden rechtstreeks raken, maar voor het draagvlak van onze pensioenfondsen onder alle werknemers wel van groot belang zijn.

Vaak wordt de opmerking gehoord van pas de rekenrente maar aan en doe verder niets. Dat lijkt wellicht voor de indexatie op korte termijn een oplossing te bieden, maar het verzet daartegen vanuit politiek en toezichthouders is groot en maakt het niet haalbaar. Nog los van het begrijpelijke verzet van veel jongere deelnemers tegen een dergelijke marginale en voor hen negatieve aanpassing.

Omzetten bestaande rechten naar nieuw stelsel?

Wanneer er een aanvaardbaar resultaat wordt bereikt, is de BPP er voorstander van dat de reeds opgebouwde rechten in het oude stelsel worden omgezet naar de nieuwe regeling.

Daarmee wordt voorkomen dat er een groot aantal gesloten fondsen komt die naast de nieuwe regeling blijven bestaan. Dat is alleen al daarom gewenst, omdat anders voor de reeds opgebouwde aanspraken de indexatiekansen ook voor de komende jaren vrijwel zullen ontbreken.

Dit betekent wel, dat voor een evenwichtige overgang bij die omzetting een rechtvaardige basis moet worden gevonden. De BPP is van mening dat het te hanteren projectierendement in het nieuwe stelsel ook bij de omzetting van de bestaande verplichtingen moet worden gehanteerd.

Het bezwaar dat met name door de politiek daartegen wel wordt geuit, te weten dat dit een verschuiving van rechten van jong naar oud zou betekenen, is in onze ogen niet opportuun. Immers in het huidige systeem is dat op ieder moment bij verandering van de rente al het geval en de geweldige verschuiving van het vermogen van oud naar jong uit de achterliggende tien jaren wordt slechts ten dele daarmee ongedaan gemaakt.